Nederland koploper
homoacceptatie

gk.nl
UPDATE - Volgens
het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is Nederland internationaal nog
altijd koploper in de wereld wat betreft acceptatie van homoseksualiteit. Dat
blijkt uit twee studies die vandaag verschijnen. Toch is 21% van de
homoseksuele mannen en 13% van de lesbische vrouwen zich het afgelopen jaar
onveiliger gaan voelen. Onder de kiezers blijkt de PVV-kiezer het negatiefst
over homo's.
Van de aanhangers van politiek partijen denken PVV-kiezers het vaakst negatief
over homoseksualiteit. Zij worden gevolgd door CDA-stemmers. Uit het
onderzoek blijkt dat 11 % van de PVV-aanhang negatief is over homo's,
dat is 10% meer dan onder de gehele bevolking. De PVV profileert zich
juist als voorvechter van homo-tolerantie en is voorstander van een keiharde
aanpak tegen plegers van geweld tegen homo's.
In 2010 stond 10% van de
Nederlandse bevolking negatief tegenover homoseksualiteit; in 2006 was dat de
helft meer (15%). De meeste problemen die er nu nog zijn hebben te maken met
orthodox-religieuze opvattingen zowel onder christenen als bij moslims. Ook
veel jongeren, waarvoor voorlichting op scholen nog altijd niet verplicht is,
hebben moeite met hun eigen homoseksualiteit en die van anderen.
SCP-onderzoeker prof. dr. Saskia
Keuzenkamp heeft op verzoek van de minister van emancipatie, Marja van
Bijsterveldt, een overzicht geschreven van de trends en de huidige situatie in
vergelijking met andere Europese landen. De gegevens zijn afkomstig uit diverse
landelijke en internationale bevolkingsenquêtes. In Europa staat de Nederlandse
bevolking het meest positief tegenover homoseksualiteit, op de voet gevolgd
door Zweden en Denemarken. Gelijke rechten voor huwelijk en adoptie worden in
Nederland het meest onderschreven.
Vooral in Oost-Europese
landen als Roemenië, Polen en Letland is er weinig draagvlak voor openstelling
van het burgerlijk huwelijk en al evenmin voor adoptie. De verschillen tussen
landen in de acceptatie van homoseksualiteit blijken ook duidelijk uit de mate
waarin homoseksuele mannen en vrouwen open zijn over hun seksuele voorkeur. Terwijl
68% van de Nederlanders van 15 jaar en ouder zegt homoseksuele vrienden of
kennissen te hebben, geldt dat bijvoorbeeld maar voor 3% van de Roemenen en 12%
van de Polen en Letten.
De meeste moeite hebben
mensen met zichtbaarheid van homoseksualiteit in het openbaar. In 2010 gaf nog
altijd 41% van de bevolking aan twee zoenende mannen aanstootgevend te vinden,
28% zei dat over vrouwen. Dit zijn veel grotere groepen dan de 13% die er
aanstoot aan neemt als het om een heteropaar gaat.
Van mensen die ten minste
eens per week naar een kerk of moskee gaan staat 50% afwijzend tegenover
homoseksualiteit. Bij niet-westerse migranten is de homonegatieve houding niet
alleen toe te schrijven aan de religie, maar ook aan het gemiddeld lage
opleidingsniveau.
Het onderzoek onder
scholieren leert dat ook zij in relatief grote getale moeite hebben met
homoseksualiteit. Dat maakt dat homojongeren op school veelal geconfronteerd
worden met een onveilig schoolklimaat. Bijna een derde van de leerlingen in het
voortgezet onderwijs zegt dat een homoseksuele leerling op school niet zou
kunnen vertellen homoseksueel te zijn. Een even grote groep zegt niet te weten
of dat zou kunnen.
Op het werk werden in 2010
28% van de homoseksuele mannen en 14% van de lesbische vrouwen geconfronteerd
met negatieve reacties op hun seksuele voorkeur. 20% is op het werk niet open
over zijn of haar seksuele voorkeur, meestal uit angst voor negatieve reacties.
Het toegenomen gevoel van
onveiligheid is niet gebaseerd op eigen ervaringen, maar vooral op
berichtgeving in de media en verontrustende reacties van homo-organisaties.