Amsterdam: korte metten met weigerambtenaren

Door Gay Krant
30 mei 2011


VVD-wethouder Eric van der Burg Amsterdam zal geen trouwambtenaren meer als zodanig laten functioneren als ze weigeren op te treden bij huwelijken van paren van gelijk geslacht. Die toezegging deed VVD-wethouder Eric van der Burg in het debat dat door Trots op Nederland was aangespannen omdat bleek dat de hoofdstad er wél twee had: 'Ook een trouwambtenaar moet zeggen 'Ja, ik wil'."

De zaak kwam aan het rollen toen uit schriftelijke vragen van TON-raadslid Ans van der Velde bleek dat er in Amsterdam twee weigerambtenaren werkzaam zijn. Het gaat in beide gevallen om het stadsdeel Nieuw-West. Ze waren werkzaam op de afdeling Burgelijke Stand, al voltrokken ze er geen huwelijken.

Een van de twee ambtenaren bleek ná diens aanstelling van mening te zijn veranderd en nu bezwaren te hebben tegen homo-trouwerijen. Bekeken wordt of deze kan worden ontslagen, anders wordt een overplaatsing onderzocht. Het andere geval dateert uit 2007; Van der Burg moest toegeven dat dit geval niet gemeld was en erkende de fout van de gemeente in deze.

Van der Burg gaf in het debat in scherpe worden aan dat zijn gemeente geen discriminatie accepteert. Hij stelde dat op 1 april 2001 een einde was gekomen aan de discriminatie van homoparen op het gebied van trouwrechten. Daarmee pareerde hij de kritiek van CDA-raadslid Shahsavari die een lans wilde breken voor de twee weigerambtenaren.

Voortaan zal bij jaarlijkse evaluatiegesprekken van ambtenaren op de burgerlijke stand ook het standpunt van het trouwen van paren van gelijk geslacht aan de orde komen. Indien iemand dan aangeeft er een andere mening over te hebben gekregen, dan zal er naar een andere functie bij de gemeente worden omgekeken.

Van der Burg liet in zijn antwoord aan Van der Velde doorschemeren er eventueel niet voor terug te deinzen naar de rechtbank te stappen, mocht zo’n ambtenaar vervolgens voet bij stuk willen houden. De laatste rechtszaak in deze dateert uit 2003, er is sindsdien veel veranderd. "De jurisprudentie die hierover toen nog in de kinderschoenen stond, is inmiddels een flinke puber geworden". zo stelde VVD-raadslid Frank van Dalen vast in het debat.